Soms maak je een foutje dat heel mooi blijkt te zijn, en dan bouw je daarop voort.

Handwerk, kunst, technologie en wetenschap

Voor het project Robotic Dresses is Iris van Herpen een samenwerking aan gegaan met Prof. Marjan Colletti*, die zich op het snijvlak beweegt van architectuur, design en robotics, in het door hem geleide Robotic Experimentation Laboratory (REX|LAB) aan de universiteit van Innsbrück. Colletti doet hoog innovatief onderzoek op het gebied van digitale architectuur en de robotarmen die hij gebruikt voor zijn onderzoek bieden voor Iris van Herpen spannende, nieuwe mogelijkheden om haar ontwerpen te maken. Colletti en Van Herpen proberen in dit project het werken met robots op een hoger niveau te krijgen met als beoogde resultaten: drie jurken van Iris van Herpen en het vinden van nieuwe structuren, nieuwe productievormen en vooral ook het samenbrengen van een creatief proces en technologie.

Robotarmen worden al decennialang ingezet voor massaproductie, aangezien ze heel robuust zijn en erg goed in het uitvoeren van repetitieve handelingen. Het onderzoek op creatief vlak staat nog in de kinderschoenen.

Zowel Colletti als Iris van Herpen zijn gefascineerd  door het samenbrengen van technologische parameters en fenomenologische eigenschappen waardoor een (architectonisch) ontwerp veel organischer tot stand zou kan komen. Meer dan door een algoritme te geven dat al snel leidt tot starre, gecomputeriseerde architecturale ontwerpen.


Toeval

De interesse van Iris van Herpen gaat  uit naar het spanningsveld tussen technologie en natuurlijke fenomenen waarmee zij in bijna al haar collecties experimenteert. Dit laatste geldt ook voor de combinatie van technologie en handwerk in het maakproces.

Het toevalselement is in het project subtiel aanwezig. Je kan het inzetten van robotica zien als een vrijere vorm van 3D printen, waarbij zwaartekracht en andere (natuurlijke) factoren een (min of meer) toevallige invloed hebben op het maakproces. In Iris van Herpens laatste couture collectie Wilderness Embodied (F/W 2013-2014) bijvoorbeeld paste zij in samenwerking met ontwerper Jolan van der Wiel een vergelijkbaar proces toe. Onder een rubberachtig materiaal waar metaalpoeder doorheen was gemixt, hielden ze magneten waardoor structuren ‘groeiden’. Magnetisme had hier het laatste woord.


Zwaartekracht

In Robotic Dresses zal dat vooral zwaartekracht zijn. Om te beginnen maakt ze jurken met driedimensionale kantachtige structuren, bestaande uit duizenden minuscuul dunne lijntjes. De robotarmen bouwen deze lijnstructuren in de lucht, die onderhevig zijn aan zwaartekracht en op het moment van ontstaan nog niet direct hun uiteindelijke vorm hebben. De uitgeharde vorm is dus niet geheel voorspelbaar noch vooraf te bepalen.

Het belangrijkste voor Iris van Herpen is op de eerste plaats het creëren van structuren die zij niet op een andere manier kan maken. Het proces met een 3D printer, waarvan zij in vorige collecties gebruik maakte, is erg ‘perfect’. Dat maakt het grote verschil  tussen handwerk en een technologie als 3D printen. In het printproces is alles bedacht en gecontroleerd, er zijn geen oneffenheden of kleine asymmetrieën te bespeuren die er juist veel zijn met handwerk. Soms maak je een foutje dat heel mooi blijkt te zijn, en dan bouw je daarop voort.

Door met de robots te werken, brengt Iris van Herpen handwerk en technologie samen. De willekeurigheid en het ‘echte’ creatieve proces van handwerk is van grote invloed  op het eindresultaat van de jurken. Deze nieuwe vorm van werken maakt het mogelijk  technologie en experiment en een intuïtieve manier van werken samen te brengen. Dat op zichzelf is een samenkomst die steeds verder zal gaan de komende jaren.


Presentatie Parijs

Op 6 oktober 2015 heeft een eerste presentatiemoment in Parijs plaatsgevonden. De jurken zullen verder te zien zijn in de reizende solotentoonstelling Iris van Herpen: Transforming Fashion in diverse steden in Noord Amerika. Dit in samenwerking met het Groninger Museum die het initiatief nam voor deze tentoonstelling.

* Colletti is professor aan de Universiteit van Innsbrück, Oostenrijk, en hoofd van het Institute of Experimental Architecture aan dezelfde universiteit, alsmede lector architectuur en directeur van de afdeling Computing aan het UCL, The Bartlett School of Architecture, Faculty of the Built Environment, Engeland

 

Credits lead foto: Bart Oomes